De Europese Commissie heeft afgelopen week het voorstel voor de Cybersecurity Act 2.0 gepresenteerd. Dit wetgevingspakket moet de cybersecurity binnen de Europese Unie naar een hoger niveau tillen en de digitale weerbaarheid van lidstaten, bedrijven en burgers verbeteren. Met deze wetgeving reageert Europa op het groeiende aantal cyberdreigingen en de toenemende complexiteit van digitale aanvallen.
Waarom introduceert de EU nu een Cybersecurity Act 2.0
De afgelopen jaren is de EU geconfronteerd met een explosieve toename van cyberaanvallen, van ransomware-aanvallen op ziekenhuizen tot grootschalige datalekken bij overheidsinstanties. De bestaande wetgeving bleek onvoldoende om moderne dreigingen adequaat te adresseren. De Cybersecurity Act 2.0 bouwt voort op initiatieven zoals de NIS2-richtlijn en introduceert strengere vereisten voor publieke en private organisaties.
De wetgeving erkent dat digitale infrastructuur even kritiek is als fysieke infrastructuur en daarom vergelijkbare bescherming verdient.
Welke concrete maatregelen bevat de nieuwe wetgeving
Het pakket omvat verschillende componenten voor een robuuster cybersecuritylandschap. Een kernonderdeel is de verplichte certificering van cybersecurityproducten en -diensten binnen de EU. Bedrijven die security-software, netwerkapparatuur of cloud-diensten leveren, moeten aantonen dat hun producten voldoen aan strikte Europese beveiligingsnormen.
De meldingsverplichtingen voor cyberincidenten worden aangescherpt met kortere rapportagetermijnen. De EU richt een Europees Cybersecurity Incident Response Fund op voor financiële steun aan lidstaten bij grootschalige cyberaanvallen. Daarnaast worden verplichte cybersecurity-audits ingevoerd voor kritieke sectoren zoals energie, transport, gezondheidszorg en financiële dienstverlening.
Hoe beïnvloedt de Cybersecurity Act 2.0 Nederlandse organisaties
Voor Nederlandse organisaties verscherpen compliance-eisen substantieel. Bedrijven moeten hun ontwikkelprocessen aanpassen om te voldoen aan certificeringseisen, wat investeringen vergt in security-by-design principes waarbij beveiliging vanaf het begin wordt geïntegreerd.
Het Nationaal Cyber Security Centrum speelt een centrale rol bij de Nederlandse implementatie. Zoals beschreven in het artikel over de samenvoeging van het NCSC en DTC per 1 januari 2026, worden organisaties nauwer betrokken bij nationale autoriteiten en krijgen ze meer ondersteuning bij het implementeren van beveiligingsmaatregelen.
Kleinere bedrijven kunnen moeite hebben met de kosten van certificering en compliance, hoewel de EU ondersteuningsprogramma’s voor MKB-bedrijven ontwikkelt. Grotere organisaties zullen hun cybersecuritybudgetten moeten verhogen.
Welke rol speelt kunstmatige intelligentie in de wetgeving
De Cybersecurity Act 2.0 besteedt specifieke aandacht aan AI-gestuurde bedreigingen en AI-gebaseerde verdedigingsmechanismen. Bedrijven die AI-systemen voor beveiligingsdoeleinden ontwikkelen, moeten transparantie bieden over hun algoritmes en datagebruik. Dit voorkomt dat AI-systemen onbedoeld kwetsbaarheden introduceren.
De parallel met recente ontwikkelingen is duidelijk: onderzoek toont aan dat generatieve AI een drijvende kracht is achter fraude en impersonatie, wat de noodzaak van strikte regelgeving rond AI-beveiliging onderstreept.
Wanneer moeten organisaties aan de nieuwe eisen voldoen
De Cybersecurity Act 2.0 kent een gefaseerde implementatie. De basiseisen treden naar verwachting in 2026 in werking, waarna organisaties een overgangsperiode van 18 tot 24 maanden krijgen. Kritieke infrastructuuroperators krijgen een kortere overgangsperiode.
Lidstaten moeten de wetgeving omzetten in nationale regelgeving. Nederland zal waarschijnlijk bestaande wetgeving zoals de Cybersecuritywet aanpassen. Bedrijven wordt geadviseerd nu al te beginnen met het in kaart brengen van hun beveiligingspositie en het identificeren van compliance-gaps.
Hoe verhoudt deze wetgeving zich tot internationale standaarden
De EU positioneert zich als mondiale standaardzetter op het gebied van cybersecurity. Door strenge eisen te stellen aan producten in Europa, dwingt de Unie internationale bedrijven hun beveiligingsniveau te verhogen. Dit Brussels Effect heeft eerder ook impact gehad bij privacywetgeving zoals de AVG.
De wetgeving bevat bepalingen voor internationale samenwerking en erkenning van certificeringen uit derde landen, mits deze vergelijkbare beveiligingsniveaus bieden. Organisaties die wereldwijd opereren zullen hun compliance-strategieën moeten afstemmen op verschillende regionale vereisten.
Welke sancties riskeren bedrijven bij niet-naleving
De handhaving volgt een vergelijkbaar model als de AVG, met boetes tot vier procent van de wereldwijde jaaromzet voor organisaties die niet voldoen aan certificeringseisen of meldingsverplichtingen. Naast financiële sancties kunnen bedrijven reputatieschade oplopen wanneer beveiligingstekortkomingen publiekelijk worden gemaakt.
De Europese Commissie heeft aangekondigd dat handhaving proportioneel en risico-gebaseerd zal zijn, met prioriteit voor sectoren waar beveiligingsincidenten de grootste maatschappelijke impact hebben. Dit betekent dat ziekenhuizen, energiebedrijven en financiële instellingen intensiever worden gecontroleerd dan minder kritieke sectoren.
De introductie van de Cybersecurity Act 2.0 markeert een belangrijk keerpunt in de Europese aanpak van digitale veiligheid. Organisaties die proactief aan de slag gaan met compliance-voorbereiding, zullen niet alleen juridische risico’s vermijden maar ook hun daadwerkelijke beveiligingspositie verbeteren.
Meer via https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/ip_26_105






